Ben op, Ben af
In het vorige deel kwamen we via de Devil’s Staircase op het hoogste punt van de West Highland Way. We maakten nieuwe vrienden, sliepen in een aluminium dorp en eindigden aan de voet van Ben Nevis, de hoogste berg van de UK. Op de laatste dag van onze wandelexpeditie gaan we die beklimmen, als extraatje bij de West Highland Way.
Vrijdag 20 september: Ben Nevis Inn – Ben Nevis – Fort William
7.30 uur vertrek uit Ben Nevis Inn
Gelopen: 22 km
Trappen: 346
We moeten de bus naar Glasgow halen vanavond, want anders missen we morgen de boot. De laatste bus vertrekt om 19.10 uur in Fort William en in de tussentijd willen we de top van Ben Nevis bereiken. Die is 1345 meter hoog. Niet te vergelijken met een alpiene top, maar flink wat hoogtemeters voor één dag. Gisteravond hebben we er allerlei berekeningen op losgelaten, onzekerheden ingebouwd, en besloten dat we vandaag om 7.30 uur moeten beginnen aan de klim. En dat lukt.
We laten bijna al onze bagage achter in de droogkamer van de Ben Nevis Inn. Alleen mijn rugzak gaat mee, met 6 liter water en alle etensresten die we konden vinden in onze tassen. Er is geen tijd voor boodschappen. Er is ook geen supermarkt. Karima en Ilke dragen om beurten de rugzak. Ik word - heel lief - ontzien, want ik twijfel aan de staat van mijn voeten. De hele nacht hebben ze liggen branden. Vooral de bal van mijn rechtervoet heeft er genoeg van. Het lijkt alsof ik er doorheen ben gezakt. Misschien is mijn voet daardoor uitgezet en voelt de schoen nu te klein. De nagel van mijn ringteen is inmiddels helemaal zwart. Weer ben ik blij met mijn gevonden wandelstokken, die de druk op mijn benen en voeten verlichten. Ik zal ze hard nodig hebben vandaag.
Het eerste uur klimmen we in de schaduw over grote steenblokken die als een eindeloze trap omhoog slingeren. We zijn nu nog op de berg naast Ben Nevis, een soort voorprogramma voor de hoofdact. Ondanks het vroege tijdstip is het al best druk. De lucht is koel en helder. In het dal kronkelt een rivier. Lage mistbanken hangen als sluiers over de boomtoppen. Het is een uitzicht dat je niet kunt bedenken, zo mooi.
Voorbij een meer zetten we voor het eerst voet op the Ben. Er is een tweesplitsing waar je kiest voor de Tourist route of de moeilijke, lange route naar de top. Een enorme raaf kijkt vanaf een rotsblok toe hoe we rechtsaf slaan, de Tourist route op. De naam voelt beneden onze stand – we zijn West Highland Way lopers! – maar we hebben geen tijd voor omwegen. Als we omkijken zien we de goudgele berg aan de overkant weerkaatsen in het gladde wateroppervlak van het meer. Het voelt als een belofte.
Al gauw wordt het pad grilliger, met veel losse keien. Om onze enkels niet te verzwikken, moeten we goed opletten waar we onze voeten zetten. De hele omgeving bestaat ineens uit grijze steenslag met hier en daar een vetplantje of stuk mos ertussen. Geologen zijn gek op dit gebied, want er is veel te vinden over de geschiedenis van de aarde.
De Schotse Hooglanden zijn ontstaan doordat zo’n 400 miljoen jaar geleden twee aardplaten over elkaar heen schoven en het landschap omhoogduwden. Zo ontstonden de Caledonian mountains. Het was in de tijd dat Europa nog vastzat aan Amerika, waardoor restanten van die bergen terug te vinden zijn op beide continenten. Een bergketen die in miljoenen jaren heel langzaam uit elkaar is gedreven, zodanig dat er zelfs een oceaan tussen ligt. De berg waar we nu overheen zwoegen, was ooit 600 meter hoger en de stenen om ons heen zijn getuigen van een niet te bevatten geschiedenis.
We lopen inmiddels in een file van langzaam voortbewegende wandelaars. Soms komt er iemand naar beneden, maar het gros van de mensen is, net als wij, nog onderweg naar de top. Ik moet plassen, maar er is niet bepaald veel privacy op deze stenige helling. Gisteren hadden we gelachen om de Googlevraag ‘Where do I go to the toilet at Ben Nevis’, maar nu beseffen we dat het een heel legitieme vraag is. Waar kan een mens hier even rustig plassen? Na een paar bochten zigzaggen, vinden we een plek waar we ver van het pad af, om beurten op onze hurken uit het zicht kunnen verdwijnen. Ik probeer niet te denken aan hoeveel urine de stenen inmiddels verwerkt hebben, met al die mensen die hier dagelijks passeren.
Het is pas 11.00 uur als we het plateau op de top bereiken, veel sneller dan we hadden gedacht. En met veel meer zicht dan we hadden verwacht. Ook vandaag is de top van Ben Nevis vrij van wolken, wat een geluk hebben we toch. We staan op het vlaggenschip dat uittorent boven een zee van oneindige bergkammen. Rivieren en meren liggen onbeweeglijk in de valleien. Vanaf hier is het goed voor te stellen hoe de aardkorst zich ooit omhoog heeft geduwd, en zo dit ruige, bijna poëtische landschap vormde. Het leven dat zich afspeelt tussen de plooien lijkt bijzaak. Hier zijn grotere krachten aan het werk. Het is bijzonder om dit te voelen. Het zet de dingen in perspectief. Mijn voeten doen ineens een stuk minder pijn.
Een stevige wind raast door de grijze ruïnes in het midden van Schotlands hoogste plateau. Tussen 1883 en 1904 was dit een meteorologisch observatorium, waar permanent wetenschappers aanwezig waren om weercondities te meten. In die tijd is ook het pad aangelegd waarover wij naar boven zijn geklommen. Voedsel en materialen werden met pony’s naar boven gebracht. Het weer was vaak zo slecht dat de wetenschappers niet eens bij hun meetinstrumenten konden. In de winter lag er soms metershoge sneeuw. Ondanks dat het observatorium waardevolle informatie verzamelde, moest het na twintig jaar al sluiten, omdat overheidsfinanciering achterbleef.
Gekker is het idee dat er een hotel op deze moeilijk bereikbare plek heeft gestaan. Het Temperance Hotel had vier kamers en was tussen 1894 en de Eerste Wereldoorlog elke zomer open. Voor een paar shilling kon je er lunchen en overnachten. Uit het stenenveld op de top herrijzen hier en daar delen van grijze muren als bewijs van het bestaan van het observatorium en het hotel. De zes meter hoge toren van het observatorium is nu een kleine stenen hut om te schuilen voor noodweer.
Op een van de ontelbare rotsblokken eten we onze verzameling leftovers als brunch. Een vogel laat zich meevoeren door de wind en scheert onophoudelijk heen en weer langs de rand van de top. Met de zon op ons gezicht genieten we van het schouwspel. Rechts van ons blijven er nieuwe wandelaars het plateau op stromen, een tsunami aan outdoorkleding. Mensen zijn uitgelaten dat ze de top hebben bereikt en stil van het uitzicht, twee emoties die prima naast elkaar kunnen bestaan.
Na anderhalf uur op de top beginnen we aan de tocht naar beneden. Nog steeds komen er busladingen mensen omhoog geklommen. Alsof iedereen het hele jaar gewacht heeft op deze ene dag dat Ben Nevis niet in mist is gehuld. De weersomstandigheden zijn dan ook perfect.
Al van veraf zien we dat een paar mensen zich in het strakke spiegelmeer hebben gewaagd.
‘Zullen wij ook?’ Karima kijkt ons hoopvol aan.
We zigzaggen het laatste stuk over het pad naar beneden en steken het moerassige veld over naar het meer. De zwemmers zijn intussen verdwenen, dus we hebben het meer voor onszelf. In onze onderbroek rennen we het water in. Het is ijskoud. We laten ons tot aan onze nek in het water zakken om het zweet van ons af te spoelen. Dan snel eruit, want het is écht koud. Op het ministrandje drogen de zon en de wind onze huid. We dansen een beetje rond onze kleding. Het is een perfect moment, totdat dit verstoord wordt door twee Brabanders met een midlifecrisis.
We zagen ze aankomen over het veld en hebben daarom onze kleren weer aangetrokken. Van veraf is het moeilijk beoordelen met welke intentie een onbekende op je afkomt, zeker als je ook nog eens halfnaakt bent. Het blijken twee vrienden van middelbare leeftijd uit Vught, die hun studententijd nog niet helemaal zijn ontgroeid. Hun enige voorbereiding op de klim naar de top is een rugzak vol blikjes whisky cola. Degene met de grootste mond houdt niet eens van wandelen en klaagt dat hij liever op Ibiza had gezeten. De manier waarop hij indruk op ons probeert te maken met zijn verhalen over uitgaan en bier drinken heeft iets aandoenlijks. We raden hen af de top nog proberen te halen op dit relatief late uur. Ze laten zich meteen overtuigen en trekken nog een blikje open. Wijzelf beginnen aan het laatste deel naar beneden. De zon staat laag en legt een gouden dekentje over de omgeving.
Om 16.30 uur zijn we, precies volgens plan, terug bij de Ben Nevis Inn. Daar laten we ons verwennen met een heerlijke maaltijd. Het is een van de mooiste inns die we onderweg hebben gezien. Het knusse restaurant zit in een omgebouwde 200 jaar oude schuur met een hoog, houten plafond. Ook de vloer, de lange tafels en de banken zijn van hout. In de hoek staat een grote houtkachel, die nu niet aan is, maar in de winter ongetwijfeld voor extra sfeer zorgt. Het is de perfecte plek voor ons laatste avondmaal in de Schotse Hooglanden.
We moeten verder, want het laatste stuk naar Fort William is zeker nog 40 minuten lopen. We hijsen al onze bagage weer op onze ruggen en trekken onze schoenen over onze pijnlijke voeten. Karima en ik dan. Ilke heeft nog steeds nergens last van. We zijn precies op tijd voor de laatste bus. Om 19.10 uur rijden we weg bij het busstation. Om 19.30 uur komt onze Deense prins daar aan. Net gemist.
Tot slot
De West Highland Way is een van de mooiste route die ik ooit heb gelopen. We zijn alle drie helemaal verliefd geworden op het landschap. En de Schotten. En het eten. Het was de pijnlijke voeten meer dan waard. Inmiddels heb ik nieuwe schoenen gekocht. Wij drieën bleken een heel fijn wandelteam. Het voelde allemaal heel vertrouwd en makkelijk. Zodanig zelfs dat we in september weer gaan wandelen in de Schotse Hooglanden. Nu al zin in.
Wil je geen enkele post van de astronaut missen? Schrijf je dan hieronder in voor de nieuwsbrief.