Catalaans

‘Wat heb ik geleerd vandaag? Kun jij dat even vertalen?’ Mila schuift haar schrift onder mijn neus. In een strak handschrift heeft ze een paginalange tekst over het zonnestelsel geschreven. In het Catalaans. Het ziet er indrukwekkend uit.
‘Heb je dat ergens van overgeschreven?’ vroeg ik.
‘Ja, de juf schreef dit op het bord. Wat staat er?’

Cadaqués ligt in Spanje, maar dat kun je hier niet hardop zeggen. Cadaqués ligt in Catalonië en als het aan de Catalanen ligt, dan scheiden ze zich het liefst zo snel mogelijk af van Spanje. Bij de Cadaquesencs is dat sentiment extra aanwezig. De onafhankelijkheidsvlag is rood-geel gestreept en is voorzien van een blauwe driehoek met een witte ster erin. Deze wappert hier aan elke lantaarnpaal. Vergeleken met alle andere dorpen in Spanje ligt Cadaqués het verst van Madrid, letterlijk en figuurlijk. Zowel het Spaans als het Catalaans zijn hier de officiële talen, maar als je enig respect wil genieten dan spreek je Catalaans in dit dorp. Of nog beter: Cadaquesencs, een soort Brabantse versie van het Catalaans, maar dat is voor gevorderden.

Ook op school is Catalaans de voertaal. In de aanloop naar ons avontuur hadden Mila - of zoals ze hier zeggen: ‘la Mila’ - en ik wekelijks Catalaanse les van Cristina, een superleuke juf uit Lleida, die al jaren in Utrecht woont. Elke donderdagmiddag gaf ze eerst Mila en daarna mij een uurtje les. Apart van elkaar, omdat ik met mijn kennis van het Spaans en Frans de basis van het Catalaans vrij snel kon doorgronden, terwijl de taal voor Mila nog helemaal nieuw was. Cristina tipte ons om Eufòria te kijken, een vrolijke talentenshow op de Catalaanse zender TV3, waaraan we al snel verslaafd raakten. Zo dompelden we ons in Nederland vast onder in een deel van de Catalaanse cultuur en Mila had een idee van hoe de taal in elkaar steekt.  

Toen Mila zes weken geleden aan het eerste jaar van de middelbare school hier begon, klonk de taal dus niet onbekend, maar tegelijkertijd kon ze er geen touw aan vastknopen. In het begin vond ze dat echt niet grappig en voelde ze zich verloren, maar inmiddels gaat het een stuk beter. Het gaat nog wel even duren voor ze de taal spreekt. Gelukkig krijgt ze extra taallessen op school én heeft ze een eigen Catalaans lesboek voor de momenten dat een les niet echt interessant (lees: niet te volgen) is voor haar. Verder heeft ze veel hulp van de Google Translate app: als ze haar telefoon boven haar boek houdt, dan verschijnt de Nederlandse vertaling van de tekst in haar beeldscherm. Zo maakt ze haar huiswerk en haar proefwerken. En zo communiceert ze ook met haar klasgenoten. Half in het Catalaans, half in het Engels en Google Translate om de boel aan elkaar te lijmen.

School gaat hier behoorlijk traag. Bij het vak Tecnologia zijn ze vijf weken bezig geweest met het leren van de namen van alle gereedschappen. Een bankschroef, een Engelse sleutel, een accuboormachine: Mila kan nog geen brood bestellen bij de bakker, maar deze gereedschappen kan ze zo oplepelen in het Catalaans. Niet dat ze weet hoe ze ze moet gebruiken, want in die vijf weken hebben ze geen enkel gereedschap aangeraakt. Bij scheikunde hebben ze afgelopen week voor het eerst een proefje gedaan. Een groots moment, want de lessen ervoor hebben ze besteed aan – je raadt het al - het leren van de namen van alle soorten potjes en flesjes.

Bij mij gaat het Catalaans niet bijzonder snel vooruit. In mijn hoofd heerst vooral een taalchaos. Twintig jaar geleden heb ik Spaans gestudeerd, maar ja, dat is twintig jaar geleden. Het begint nu een beetje terug te komen, maar doordat ik me maandenlang op het Catalaans heb geconcentreerd, ontstaat er om de haverklap een taalgevecht in mijn hoofd. Als ik een winkel inloop, weet ik niet of ik in het Catalaans of het Spaans moet beginnen. Als ik in mijn beste Catalaans begin, dan krijg ik vaak antwoord in het Spaans. Dat roept bij mij twijfel op: ‘spreek ik het verkeerd uit?’ of ‘spreekt die ander geen Catalaans?’ Terwijl ik dat sta te overdenken, had ik al lang antwoord moeten geven. En dan blokkeer ik volledig. Ineens kan ik ‘heeft u deze ook in een andere maat’ in geen enkele andere taal meer zeggen. Ik kan alleen met grote ogen naar de verkoopmedewerker kijken en vertwijfeld met mijn handen uitbeelden wat ik bedoel.

Op goeie dagen spreek ik een mix van Catalaans en Spaans door elkaar, met tussendoor tientallen verontschuldigingen dat ik er zo’n potje van maak. Niet dat het iemand iets kan schelen. Ze schijnen mijn gehakkel, wonderlijk genoeg, toch wel te begrijpen. Ik moet vaak denken aan het verhaal ‘Tot zoens’ van Remco Campert, waarin hij zich voorstelt hoe zijn Spaans moet klinken voor een Spanjaard, terugvertaald naar het Nederlands. Het is een van zijn grappigste verhalen. Zo voel ik me hier ook. Als een buitenlander die buitenlands spreekt.

Toch merk ik dat mijn poging om Catalaans te spreken vaak wel wordt gewaardeerd. Met mensen die ik al wat beter leer kennen, zoals ouders van vriendinnen van Mila, de bakker en onze vrienden van hotelcomplex Carpe Diem, probeer ik zo veel mogelijk Catalaans te spreken. Als ik de taalknop in mijn hoofd eenmaal op één taal heb gericht, dan gaat het een stuk beter. Wat ik moeilijk vind, is dat ik mezelf gewoon veel beter kan uitdrukken in het Spaans, en nog beter in het Engels. Een leuke anekdote vertellen in het Catalaans lukt me nog niet echt. Maar goed. Door Catalaans te spreken voel ik me minder buitenlander en meer onderdeel van de gemeenschap. Die leuke anekdotes vertel ik wel in horten en stoten. Of over een half jaar.

Verder heb ik het Catalaans echt nodig om te communiceren met de school. Alle officiële documentatie – en dat is nogal wat – is in de meest formele versie van het Catalaans opgesteld. Als Mila ziek is, moet ik naar school komen om een formulier in te vullen, compleet met ID-nummer en alles. Als ze op excursie gaan: lang formulier om te ondertekenen. Boeken die Mila in bruikleen heeft van de school: er zit een formulier bij met doelstellingen, toekomstvisies en waarschuwingen. Hop, ondertekenen. Ik ben blij dat ik nu in elk geval weet wat ik onderteken.

En als Google Translate het laat afweten, dan kan ik Mila vertellen wat ze heeft geleerd op school. Nu nog wel. Over een tijdje vertelt ze het zelf aan mij.