West Highland Way

In september 2024 liepen Ilke, Karima en ik de West Highland Way van Milngavie (spreek uit: Mullguy), net ten noorden van Glasgow, tot aan Fort William in de Schotse Hooglanden. 154 kilometer in totaal. Dat is in zeven dagen te lopen, maar we wilden ook Ben Nevis beklimmen onderweg, de hoogste berg van Groot-Brittannië. Om daar tijd voor te hebben, deden we een etappe in het midden van de route met de bus. We sliepen in guesthouses, B&B’s en inns. Op 12 september namen we de boot naar Newcastle en daarna de trein naar Glasgow. Na anderhalve dag reizen begon ons wandelavontuur, waarover je in vier delen kunt lezen. De komende weken post ik elke week een deel.

Deel 1: Over machtige munro’s en dwalende Denen

Zaterdag 14 september: Milngavie - Drymen

11.30 uur vertrek uit Milngavie
Gelopen: 26 km
Trappen*: 42

*Wat mijn Apple watch beschouwt als ‘trappen’

Glasgow is grijs en nat als we wakker worden, maar dat kan ons niets schelen. Vandaag begint onze wandeltocht! We doen boodschappen in Glasgow, proberen tevergeefs slippers te vinden voor Karima en stappen daarna op de trein naar Milngavie (Mullguy dus).

Het startpunt van de route is makkelijk te vinden, want alles in Milngavie ademt West Highland Way. Het is de enige trekpleister in het verder vrij onbeduidende dorp. 100.000 mensen per jaar komen vanwege de route hierheen. Iets minder dan de helft loopt de hele West Highland Way, de rest doet een deel ervan. Het is een interessante groep mensen voor de lokale economie.

Een man maakt een foto van ons bij het startpunt, een drie meter hoge granieten obelisk midden in een winkelstraat. Daarna lopen we onder een nogal overdreven toegangspoort door voor onze eerste stappen op de West Highland Way.

Het eerste uur lopen we door een betoverend bos, waar varens de wacht houden en gele paddenstoelen nieuwsgierig uit de grond schieten. Berkenstammen en rotsen zijn bedekt met felgroen mos, dat glinstert van de regendruppels. We verwachten elk moment opzij te moeten stappen voor een ridder op een paard. Maar voordat deze verschijnt, maakt het bos plaats voor een uitgestrekt veengebied en zien we de eerste munro opdoemen in de verte: Ben Lomond.

Munro’s zijn Schotse bergen van minstens 3000 feet, genoemd naar Hugh Munro, die ze ooit allemaal in kaart bracht. Er zijn 282 munro’s in Schotland, waarvan Ben Nevis de bekendste en de hoogste is. Sommige mensen maken er een sport van om alle munro’s te beklimmen in hun leven. Dat klinkt best aantrekkelijk.

Op een verhoging in het verlaten landschap staat een kniehoog houten minihuisje met een roze schoorsteen. Fairy House staat erop. Het zit vol met briefjes van West Highland Way-lopers die zichzelf en elkaar veel succes wensen. Het huis heeft zelfs een eigen Instagram-account.  

We komen wandelaars tegen uit allerlei landen en van alle leeftijden. Tijdens een lunchpauze onder een grote eik ontmoeten we twee Nederlandse meiden, een jongen uit Denemarken, een Duitse jongen die de ketting van zijn moeder op een camping heeft laten liggen, vijf Spaanse mannen en nog een handjevol passanten wier identiteit onduidelijk blijft.

Kilometers verderop, halverwege de etappe, komen we een deel van hen weer tegen bij de Beech Tree, de eerste uitspanning langs de route. We maken kennis met de Deense jongen. Of nou ja, mán, want hij blijkt halverwege de dertig te zijn. Lasse heet hij en hij lijkt op een prins uit een Disney animatiefilm. Hij is die ochtend ingevlogen op Edinburgh, heeft de West Highland Way al een paar keer in delen gelopen en is nu van plan in zeven dagen het hele stuk te doen. We lopen het laatste stuk naar Drymen (drimmen) samen op.

Bij een Baking Shed, een soort vitrinekast langs de weg, kopen we zelfgebakken brownies en energiebars. Die zijn zo lekker dat Karima en Ilke honderd meter verderop nog terugrennen om er meer van in te slaan. Dit soort honesty boxes, waar je op basis van vertrouwen geld achterlaat of een tikkie betaalt voor eten, Compeed of andere wandelproducten, komen we later nog heel veel tegen.

In Drymen gaat Lasse op zoek naar een kampeerplek en wij proberen ons logeeradres te vinden. Het is een Airbnb-appartementje op een landgoed vrij ver van de route af. Twee keer komen we langs een kapper met de naam ‘Klassy Kuts’ voordat we om 19.30 uur, vlak voor het donker, eindelijk onze schoenen uit kunnen doen. Ilke en Karima koken spaghetti. Er is een wasmachine, waar we – nu al! - dankbaar gebruik van maken. Wasmachines zijn de hemel voor wandelaars die licht bepakt reizen.  

 

Zondag 15 september: Drymen - Rowardennan

9.30 uur vertrek uit Drymen
Gelopen: 28 km
Trappen: 105

Via een pad tussen twee beukenhagen verlaten we Drymen. Het is droog en zo’n 15 graden. We klauteren een heuvel op, terwijl we snoepen van braamstruiken. In het naaldbos op de heuvelrug liggen stapels boomstammen klaar om te worden gebruikt voor de houtindustrie. Het ruikt naar hars. De uitgebloeide basterdwederiken langs het pad lichten het bos op met hun sierlijke witte pluimen.

Rond het middaguur regent het een kwartiertje, maar daarna scheurt de lucht open als cadeaupapier dat veelbelovende stukken blauw tevoorschijn tovert. Ook het landschap opent zich. Voor ons ligt Conic Hill, met 354 meter hoogte een indrukwekkende bult in het golvende landschap. We klimmen gestaag omhoog en genieten van de herfstkleuren om ons heen: alles is okergeel, groen, paars of roodbruin. Boven op de heuvel hebben we een waanzinnig uitzicht over Loch Lomond, het grootste meer van Groot-Brittannië. De wind blaast strakke golfpatronen in het water. Elke tien meter willen we stoppen om een foto te maken.

We dalen over een modderig pad af tot aan de waterlijn en de rest van de middag lopen we langs het meer, over paden die klimmen en dalen door idyllische bossen en langs strandjes waar plukjes mensen barbecueën aan de waterkant. We doen veel langer dan gedacht over de 22,5 km die deze dag op het programma staan. Om 17.30 uur moeten we nog bijna twee uur lopen.

Op een boscamping waar de route doorheen gaat, zien we ineens bekende gezichten. De Duitse jongen van wie ik een foto had gemaakt bij het startpunt, en Lasse, onze Deense vriend. We schuiven even aan bij de picknicktafel voor zelfgemaakte koffie. Ik bezoek het infinity toilet, een composttoilet met zo’n diep gat dat ik er hoogtevrees van krijg.

Als de midges beginnen te komen, gaan we er snel vandoor, met hernieuwde energie na deze vrolijke ontmoeting. Inmiddels doet alles zeer in mijn lijf en lopen mijn benen als robots. De gedachte aan de sauna in ons gehuurde chaletje van die avond, houdt me op de been.

Om 19.45 uur lopen we eindelijk het huisjespark in Rowardennan op. Een man die staat te barbecueën wijst ons ons chalet en vertelt dat de bar om de hoek nog maar kort eten serveert. De sauna moet wachten, want eten gaat voor. Ongedoucht en met pijn in onze gewrichten eten we voldaan onze maaltjes. Een vrouw komt aan onze tafel zeggen dat we zulke mooie krullen hebben. Haar puberdochter had bij onze binnenkomst gezegd: ‘Kijk die vrouwen, het lijkt net alsof die uit een reclame voor krulshampoo zijn gelopen.’ En dat zonder te douchen.

Bij thuiskomst blijkt de sauna één tot twee uur opwarmtijd te hebben. Maar het is laat en onze lijven verlangen naar een bed. We nemen een kort bad, smeren ons in met tijgerbalsem en stellen de sauna zo in dat deze de dag erna om 7.00 uur is opgewarmd. Daarna gaan we heerlijk slapen.

In het volgende deel vind ik een paar wandelstokken, bezoeken we een rovershol en verlaten we onze Deense Disney prins.

Wil je geen enkele post van de astronaut missen? Schrijf je dan hieronder in voor de nieuwsbrief.